De verduurzaming van woningen is de afgelopen vijf jaar in een stroomversnelling geraakt. Toch zie je dat niet iedereen even snel mee kan. Vooral bij koophuizen in het lagere prijssegment blijft de verduurzaming achter. Dat is opvallend, want juist daar valt vaak de meeste winst te behalen. Veel van deze woningen hebben een slecht energielabel, zoals energielabel E of zelfs F of G, en verbruiken daardoor relatief veel energie. Maar waarom blijft verduurzaming bij deze groep achter en wat betekent dit voor huishoudens met lagere inkomens?
Waarom verduurzaming achterblijft bij koopwoningen
De verduurzaming van een koophuis laat duidelijke verschillen zien tussen inkomensgroepen. Waar hogere inkomens vaker investeren in verduurzaming, blijven lagere inkomens achter.
Beperkt spaargeld en financiële ruimte
Voor veel huishoudens is spaargeld de belangrijkste drempel. Verduurzamingsmaatregelen zoals isolatie, zonnepanelen of een warmtepomp vragen een investering vooraf. Voor lage inkomens en lagere inkomensklasse is dit vaak lastig op te brengen.
Onderzoek van onder andere de Nederlandse huizenmarkt en partijen zoals ING en DNB laat zien dat huishoudens met minder financiële ruimte vaak minder investeren in verduurzaming. Zij hebben simpelweg vaak minder mogelijkheden om geld te lenen of eigen middelen in te zetten.
Oudere woningen en minst duurzame woningen
Vooral woningen in het lagere segment zijn oudere woningen binnen de gebouwde omgeving. Dit zijn vaak grondgebonden woningen met een laag energielabel.
De minst duurzame woningen hebben vaak energielabel E en behoren tot de categorie energie-onzuinige huizen. Woningen in deze categorie vragen gemiddeld om grotere ingrepen om te verduurzamen. Denk aan betere isolatie, een nieuwe cv-ketel of de overstap naar warmtepompen. Deze kosten lopen snel op, waardoor investeren in verduurzaming voor veel huiseigenaren lastig blijft.
Onzekerheid over leningen en rente
Naast financiële beperkingen spelen ook andere knelpunten een rol. Niet iedereen weet welke mogelijkheden er zijn voor lenen voor verduurzaming.
Hoewel er steeds meer opties zijn, zoals via het Nationaal Warmtefonds of de Nationale Hypotheek Garantie (NHG), blijft de drempel hoog. De rente en voorwaarden spelen hierin een belangrijke rol.
Volgens analyses van de Nederlandsche Bank en het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) is er behoefte aan duidelijkere ondersteuning voor huishoudens die willen investeren in verduurzaming.
Wat betekent dit voor jouw energiekosten?
Huizen met een laag energielabel zorgen voor hogere energielasten. Zeker met de stijgende energieprijzen van de afgelopen jaren merk je dit direct in je energierekening.
Een woning met energielabel E, F of G is vaak minder goed geïsoleerd. Daardoor moet je meer stoken, wat zorgt voor hogere kosten.
Door je woning te verduurzamen, kun je juist zorgen voor energiebesparing en een lagere energierekening. Goede isolatie en zonnepanelen helpen je om zuiniger met energie om te gaan en uiteindelijk lagere energielasten te realiseren.
Verduurzamen wordt steeds belangrijker voor huiseigenaren
In 2026 speelt verduurzaming een steeds grotere rol op de Nederlandse huizenmarkt. Kopers kijken niet alleen naar prijs en locatie, maar ook naar energielabels en de staat van de woning.
Een energiezuinige woning heeft vaak een hogere woningwaarde en is aantrekkelijker voor kopers. Woningeigenaren die hun woning hebben verduurzaamd, profiteren daar op meerdere manieren van.
Toch blijft de verduurzaming van woningen ongelijk verdeeld. Vooral woningen in het lagere segment blijven achter met verduurzaming.
Welke oplossingen zijn er voor huishoudens?
Ondanks de uitdagingen zijn er steeds meer mogelijkheden om verduurzaming toegankelijker te maken voor alle woningen en inkomensgroepen.
Gebruik maken van subsidies en regelingen
Er zijn verschillende vormen van ondersteuning, zoals een subsidieregeling verduurzaming. Ook het Nationaal Warmtefonds speelt hierin een belangrijke rol.
Hiermee kunnen huishoudens geld lenen tegen gunstige voorwaarden om energiebesparende maatregelen te nemen.
Rol van verenigingen en verhuurders
Niet alleen huiseigenaren spelen een rol. Ook particuliere verhuurders en verenigingen van eigenaren kunnen bijdragen aan verduurzaming.
Binnen een vereniging van eigenaren wordt bijvoorbeeld gekeken naar gezamenlijke investeringen in verduurzaming VvE’s. Dit helpt om ook huurwoningen en appartementencomplexen te verbeteren.
Waarom wachten met verduurzamen risico’s heeft
Het verschil tussen duurzame en minder duurzame woningen wordt steeds groter. Energie-onzuinige woningen blijven achter en worden minder aantrekkelijk op de markt.
Huiseigenaren die niet investeren in verduurzaming krijgen vaker te maken met hogere energiekosten en minder gunstige financieringsmogelijkheden.
Daarnaast zie je dat woningen met betere labels, zoals energielabel C, steeds populairder worden. Dit verschil kan op termijn oplopen tot bijna twee keer zoveel verschil in energiekosten.
Conclusie: verduurzaming is noodzakelijk, maar niet voor iedereen vanzelfsprekend
De verduurzaming van koopwoningen blijft een uitdaging, vooral voor huishoudens met lage inkomens. Financiële drempels, onzekerheid en de staat van oudere woningen zorgen ervoor dat deze groep achterblijft.
Toch zijn er steeds meer mogelijkheden om te verduurzamen. Door slim gebruik te maken van regelingen, subsidies en opties om geld te lenen, wordt het ook voor deze groep haalbaarder.
Uiteindelijk zorgt investeren in verduurzaming niet alleen voor lagere energierekening, maar ook voor meer comfort en een hogere woningwaarde.